Op 4 november 2016 hebben PS op voorstel van GS besloten een business case uit te laten werken voor één groot schip in combinatie met een uurdienstregeling vanaf 2024. Ruim twee jaar later en twee rapporten van Royal Haskoning-DHV verder trekt het college de conclusie dat een uursdienst met 1 groot schip niet leidt tot een optimaal vraaggerichte, financieel verantwoorde en toekomstbestendige exploitatie van het fietsvoetveer. Een fraaie volzin, maar GS bedoelen: we zijn weer terug bij af. De SWATH’s staan in de weg om de markt te interesseren en zonder 500.000 euro incidenteel en vanaf 2019 maximaal 500.000 euro structureel, lukt het ons ook niet de ferry te doen exploiteren door de Westerscheldeferry BV.

 

In 2021 zal een nieuwe marktverkenning plaatsvinden en tot 2024 verzorgt de Westerscheldeferry BV de verbinding tussen Vlissingen en Breskens. GS willen tot 2024 rust in de tent en stabiliteit. Maar hoeveel rust en stabiliteit is niet helemaal duidelijk. Want in het statenvoorstel mogen de SWATH’s voor een goede prijs weg, maar in de commissievergadering van 16 november bleken de schepen niet meer te koop te zijn. Allebei kan niet. Dus vraagt de VVD-fractie aan het college: hoe zit het nu precies?

 

De VVD-fractie heeft geen commentaar op het tarievenbeleid voor 2019. Niet voor niets heeft het OPOV hierover positief geadviseerd. En voor wat betreft de prijs van de losse kaartjes in het hoogseizoen, herhaal ik nog maar eens wat ik eerder heb gezegd: in Zierikzee kost een ritje door de stad met paard en wagen 5 euro. Dan kun je niet zeuren over de prijs van een boeiende oversteek voor dezelfde prijs. Zeker als de investeringen in marketing en beleving worden uitgevoerd en ook de beide walkanten aantrekkelijker worden gemaakt. En daar gaan we van uit. Vraag: is het tijdspad hiervoor zodanig dat dit voornemen voor de zomer van 2019 is uitgevoerd?

 

De VVD-fractie ziet zoals u weet de veerdienst het liefst uitgevoerd door de markt. Maar nu dit op korte termijn niet mogelijk lijkt, steunen wij het besluit van het college om de mogelijkheden te verkennen om management en uitvoerende werkzaamheden van de Westerscheldeferry onder te brengen bij de Westerscheldetunnel BV. Uiteraard zonder dat dit budgettaire gevolgen heeft voor de exploitatie van de tunnel. Met de extra financiële injectie van maximaal 5 ton structureel en 5 ton incidenteel moet de Westerscheldeferry in staat worden geacht tot 2024 zijn eigen broek op te houden. Wij vertrouwen dat wanneer dit voornemen slaagt, goed gebruik kan worden gemaakt van de specifieke kennis en kunde die bij de Westerscheldetunnel aanwezig is en dat de exploitatie van de ferry door een meer commerciële bril wordt bekeken. Hiermee kan de Westerscheldeferry wellicht ook beter worden voorbereid op een toekomst waarin de markt weer een rol speelt.

Tenslotte nog dit. De VVD is principieel van mening dat iedere partij zijn eigen rol moet spelen. De provincie voert de aandeelhoudersrol uit en moet niet op de stoel van de directie willen zitten. Daarom ook hebben wij geen behoefte aan de motie van de PvdA over de promotie van de B-tag.