Rapport #Hoedan? van de commissie Externe Spiegeling Zeeland. Bijdrage Tobias van Gent, Statenvergadering 6 april 2018

//Rapport #Hoedan? van de commissie Externe Spiegeling Zeeland. Bijdrage Tobias van Gent, Statenvergadering 6 april 2018

Rapport #Hoedan? van de commissie Externe Spiegeling Zeeland. Bijdrage Tobias van Gent, Statenvergadering 6 april 2018

Het goede nieuws van het rapport Hoedan? is dat de patiënt er minder erg aan toe is dan vaak verondersteld wordt. Van een Zeeuwse Ziekte, doordat Zeeuwse overheden niet samenwerken maar elkaar alleen tegenwerken, zou geen sprake zijn. Aan de andere kant betekent dit niet dat we op onze lauweren mogen gaan rusten. Het rapport stelt nadrukkelijk dat er een volgende stap moet worden gezet om de Zeeuwse opgaven gezamenlijk op te pakken.

De VVD heeft met veel belangstelling het rapport over dit belangrijke onderwerp gelezen. Er valt heel veel over te zeggen, maar ik wil mij beperken tot drie aandachtpunten waarover de VVD ook graag een reactie van GS wil hebben.

In de eerste plaats schrijft GS in haar brief van 23 maart dat het pas met definitieve standpunten over de adviezen gaat komen nadat het de Zeeuwse partners zijn geraadpleegd. We begrijpen deze opstelling en vinden het ook verstandig, maar hoe verhoudt dit zich tot de ‘sense van urengy’ waar het rapport over spreekt? Op korte termijn moeten immers de bestaande overlegstructuren opgaan in een OZO. Nog dit jaar moet een maatschappelijk debat plaatsvinden en een Zeeuwse academie en regiobureau worden opgericht. Bovendien moeten we niet uit het oog verliezen dat binnen één jaar al provinciale verkiezingen zullen worden gehouden die toch tot een tijdelijke politieke impasse zullen leiden.

Als tweede punt vraagt de VVD (andermaal) aandacht voor de positie en verantwoordelijkheden van PS. We weten uit de ervaringen met de Tafel van 15 of met gemeenschappelijke regelingen van gemeenten dat het heel belangrijk is dat de volksvertegenwoordiging betrokken wordt bij dergelijke samenwerkingsvormen. PS moet haar kaderstellende en controlerende rol ook kunnen vervullen ten aanzien van de provinciale inzet in de OZO. Deze oproep geldt voor wat de VVD betreft ook voor Interbestuurlijke programma, de gezamenlijke aanpak van maatschappelijke opgaven door het Rijk, ministeries, provincie, waterschappen en gemeenten.

Tenslotte, als derde en laatste kwestie valt het op dat de stellers van het rapport in het kader van ‘Geef samenwerkende gemeenten de ruimte’ schrijven dat de provincie ‘zo nodig stevig de regie pakt’ en zij gebruiken in dit verband ook het woord ‘strengheid’. De VVD wil van GS weten hoe het aankijkt tegen de invulling van haar toezichthoudende rol op de gebieden van financiën, de kwaliteit van het lokaal bestuur en de ruimtelijke ordening.

 

Door |2018-04-06T15:01:00+00:0006-04-2018|

About the Author:

Fractiesecretaris