Binnen de randvoorwaarde van een aantrekkelijk landschap moet de land- en tuinbouw in staat gesteld worden economisch rendabel te blijven. Op grote schaal omzetten van cultuurgrond in natuur, omdat ”de landbouw toch geen toekomst meer heeft”, is voor de VVD geen optie. Wel zullen er, om de boer ook boer te laten blijven meer ”poten” onder het bedrijf mogelijk moeten zijn, al zijn de mogelijkheden van agrarisch natuurbeheer en plattelandstoerisme natuurlijk ook niet oneindig.
De VVD wil:
• minder regels voor de landbouw (bijvoorbeeld op het gebied van fauna en flora);
• globale regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening en het gebruik van agrarische gebouwen;
• stimulering in het kader van plattelandsvernieuwing;
• stimulering van nieuwe teelten;
• meer mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer;
• beschikbaarheid van zoet water voor de landbouw;
• handhaving van de distelverordening, ook in natuurgebieden;
• in het belang van de landbouw natuurgebieden niet langer versnipperd aanleggen.
• de glastuinbouw in de omgeving van industrie in de Kanaalzone stimuleren in samenhang met het gebruik van restwarmte en CO2.