Kees Bierens: Reactie op Kerntaken en ombuigingen

//Kees Bierens: Reactie op Kerntaken en ombuigingen

Kees Bierens: Reactie op Kerntaken en ombuigingen

Het roer moet om ! De provincie moet zich veel meer richten op haar kerntaken en het personeelsbestand daarop aanpassen. Ook is het belangrijk dat er jaarlijks extra financiële ruimte vrij gemaakt wordt voor belangrijke Zeeuwse investeringen.

En omdat daarnaast de provincie door het Rijk flink wordt gekort, valt aan forse bezuinigingen op haar eigen (personele) uitgaven en op subsidies aan instellingen niet te ontkomen. Het komend halfjaar moet worden benut voor nader overleg met de organisaties en de Zeeuwse gemeenten.

 

Bijdrage Kees Bierens: Kerntaken en ombuigingen in de Statenvergadering provincie Zeeland van 22-06-2012

 

Voorzitter, de VVD-fractie neemt het Gedeputeerde Staten niet kwalijk dat zij het collegeprogramma “Stuwende Krachten” en de VVD-motie van 11 november 2011 voortvarend uitvoeren.

Die motie, die door een zeer grote meerderheid van Provinciale Staten is aangenomen (alleen SP en D’66 waren tégen), riep het college onder meer op bij het voeren van financieel beleid en bij de voorbereiding van nieuw beleid te betrekken, de noodzakelijke herbezinning op uitgaven, een kritische beschouwing van de niet-kerntaken van de provincie en voorts dat bestaande budgetten en financiële ruimte die beschikbaar komen in overwegende mate ingezet dienen te worden voor kerntaken en in het bijzonder ook voor investeringen die economische groei en werkgelegenheid bevorderen.

Daar waren een halfjaar geleden dus 34 van de 39 Statenleden het helemaal mee eens. Het lijkt er nu op dat een aantal daarvan is gaan draaien.

 

Voor ons ligt een aangepast voorstel dat in de ogen van de VVD-fractie aan de criteria van de VVD-motie  voldoet: focus op kerntaken, meer ruimte voor ontwikkeling en minder besteden aan beheer en voorts meer  investeringsruimte creëren voor belangrijke Zeeuwse investeringen. Het ombuigingspakket voorziet naast bezuinigingen op instellingen (ik kom daar later op terug) en het flink in eigen vlees snijden door de provincie, tevens vanaf 2016 in extra investeringsruimte voor kerntaken in de orde van grootte van 16 miljoen per jaar. Een bedrag dat overigens via cofinanciering nog aanzienlijk kan toenemen.

Wij hopen dat, behalve de collega-Statenleden, ook de gemeentebesturen het belang van deze voor regionale ontwikkeling en dus ook werkgelegenheid bestemde gelden, op de juiste waarde weten in te schatten.

 

De VVD vindt het voeren van de kerntakendiscussie aan de hand van het Zeeuws profiel en een drietal modellen, met daaraan toegevoegd de financiële kaders, beperkingen en een ombuigingspakket, een prima combinatie. Een kerntakendiscussie voeren zonder financiële inzichten en begrenzingen vindt de VVD een zinloze exercitie die slechts het maken van keuzes uitstelt.

De VVD is vóór het voorkeursmodel 1 1/2. Vandaag, maar ook 2 jaar geleden al !

Dat model gaat uit van de kerntaken zoals de commissie Lodders die heeft neergezet: regionaal ruimtelijke en economische ontwikkeling en bovenlokale cultuur en voor Zeeland zetten we daar een Zeeuwse plus op vanwege de specifiek omstandigheden.

En dat de kaasschaaf is afgeschaft en keuzes maken en maatwerk leveren nu de insteek vormen, stemt ons ook méér dan tevreden.

 

De VVD realiseert zich overigens dat van het ombuigingspakket, het onderdeel bezuinigingen op subsidies of het schrappen ervan, de nodige pijn veroorzaakt bij de betreffende instellingen.

Een pijn die overigens nog versterkt wordt door het kaasschaven van 2 jaar geleden en het  achterwege laten van echte keuzes toen.

En een factor die het nog zwaarder maakt is, dat structurele uitgaven voor instellingen met incidentele provinciale middelen zijn gedekt, waardoor er nu orde op zaken moet worden gesteld.

Voor de instellingen zijn de maatregelen ingrijpend, dat is ons behalve uit de inspraakreacties ook gebleken tijdens de individuele gesprekken die onze fractie met de instellingen heeft gevoerd. Die gesprekken hebben ons overigens ook geleerd  dat de noodzaak tot veranderingen en bezuinigingen vaak werd onderkend en dat de bereidheid om mee te denken en met eigen initiatieven te komen niet zelden aanwezig was.

Daarom is het goed dat Gedeputeerde Staten in het aangepaste voorstel ruimte maken voor nader overleg met de instellingen én de gemeenten en dat de bezuinigingen niet per 1 januari 2013, maar een jaar later zullen ingaan.

De inspraakreacties en aangedragen alternatieven vanuit de organisaties zullen nader moeten worden gewogen en met name in overleg met gemeenten moet tevens worden bekeken welke functies en taken het waard zijn om in het Zeeuwse behouden te blijven (waarbij dus niet het aanbod, maar de vraag/de echte behoefte, de meerwaarde voor Zeeland,  bepalend moet zijn), wie ze vervolgens het beste kan uitvoeren en wie daaraan zouden moeten bijdragen.

 

Vandaag hoeven we dan ook geen uitspraken te doen en beslissingen te nemen over de positie van individuele instellingen en de mate van bezuiniging. De VVD doet dat dan ook niet.

 

Het is nu aan Gedeputeerde Staten om binnen de financiële kaders die gesteld worden en de inhoud van het collegeprogramma,  zorgvuldig aan de slag te gaan en vóór 1 januari a.s. met een concreet voorstel te komen over de invulling van dit bezuinigingsonderdeel en in de tussentijd de Staten daarbij te betrekken. Ook daar hecht de VVD sterk aan.

22 juni 2012    Kees Bierens.

Voor eerdere bijdragen m.b.t. bezuinigingen:

Provinciale kerntaken en bezuinigingen houden de gemoederen flink bezig !

 

 

 

Door | 2012-06-26T00:40:28+00:00 26-06-2012|

About the Author: