Kadernota Zeeuwse Omgevingsvisie 2018. Bijdrage Rene Ruissen, Statenvergadering 15 december 2017

//Kadernota Zeeuwse Omgevingsvisie 2018. Bijdrage Rene Ruissen, Statenvergadering 15 december 2017

Kadernota Zeeuwse Omgevingsvisie 2018. Bijdrage Rene Ruissen, Statenvergadering 15 december 2017

De aanloop naar de nu besproken kadernota is niet geheel soepel verlopen. Er heeft zich een aantal misverstanden voorgedaan, met name ook tussen provincie en de Zeeuwse medeoverheden. We gingen een Provinciale Omgevingsvisie maken conform de nieuwe omgevingswet, waarvan de bedoeling was dat deze per 2019 van kracht zou worden. Maar gaandeweg werd duidelijk dat de nieuwe omgevingswet niet in 2019 van kracht zou worden, maar enkele jaren later. Momenteel wordt gesproken van 2021, maar het zou geen wonder zijn als het nog wat later wordt. Tot die tijd geldt de huidige wetgeving. En in het kader van de huidige wetgeving hebben we niet een Omgevingsvisie, maar een Omgevingsplan. Om voortgaande misverstanden tegen te gaan stelt mijn fractie voor de titel van de voorliggende kadernota te wijzigen in “Kadernota voor het Zeeuwse Omgevingsplan 2018”. Het kan ertoe bijdragen dat de misverstanden tussen provincie en mede-overheden beter begrepen worden en kunnen worden opgelost. Ik zal hier dan ook namens mijn fractie een amendement over indienen.

 

Mijn fractie heeft waardering voor de opzet van de voorliggende kadernota. Het presenteren van meerdere keuzemogelijkheden bij de diverse onderwerpen en het door het college onderbouwd voorstellen van telkens een van die keuzemogelijkheden, heeft ons geholpen te komen tot onze oordelen keuzes.

 

Voorzitter, het gaat hier om een kadernota. We spreken hier over kaders die hun uitwerking moeten krijgen in de beleidsnota, volgens ons voorstel dus het Omgevingsplan 2018. Mijn fractie meent dat bij de uitwerkingen flexibiliteit per onderwerp en flexibiliteit per regio betracht moet worden. Er moet maatwerk kunnen worden geleverd. Hiervoor moet ook een goed samenspel tussen Zeeuwse overheden bestaan, met respectering van elkaars verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Volgens ons zullen de mogelijkheden tot flexibiliteit en maatwerk in deze vandaag vast te stellen kadernota te vinden moeten zijn. De vertalingen ervan in de beleidsnota zullen we kritisch volgen.

 

Voorzitter, op een aantal onderwerpen ga ik hieronder in.

Als eerste over paragraaf 1.1, die de titel heeft van Deeltijdwonen en Centraal Bedrijfsmatige Exploitatie. Hier gaat het over het al dan niet opleggen van verhuurplicht. Mijn fractie is op zich zelf geen voorstander van verhuurplicht. Toch volgen wij het voorstel van het college om te kiezen voor voorkeursoptie C: Deeltijdwonen als aparte beleidscategorie. De introductie hiervan is al een hele verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Veel minder woningen zijn erdoor aan huurplicht onderhevig. In dat licht bezien wij ook de overeenkomst over Cadzand-Bad en Havengebied Breskens die is gesloten door de gemeente Sluis, de provincie Zeeland en een aantal marktpartijen hierover. In die overeenkomst blijft nog maar een klein aantal wooneenheden over waarop een verplichting tot verhuur rust. De overeenkomst is vanuit deze voorkeursvariant goed te verwerken in de beleidsnota, menen wij. En het is ook maatwerk, wat wij in zijn algemeenheid voorstaan.

Dan over het onderwerp Verblijfsrecreatie, paragraaf 1.2. Hier willen wij afwijken van het voorstel van het college. Het college stelt voor de kaders uit de Kustvisie als uitgangspunt te nemen voor heel Zeeland. Volgens mijn fractie kan dat niet. Voor het achterland bestaan nog helemaal geen kaders. Een proces om tot kaders te komen moet met alle gemeenten, waterschap en belanghebbenden nog worden doorlopen. Het leidt tot onze keuze voor voorkeursoptie B. De SGP heeft het voornemen hierover een amendement in te dienen, waarvan wij mede-indiener zullen zijn.

Ik kom op het punt over Jachthavens en Watersport, paragraaf 1.2.2. Net als het college kiezen we niet voor voortzetting van het huidige beleid, maar voor een aanpassing van het beleid. Wij kiezen ook voor voorkeursoptie B, maar willen deze met een tekstvoorstel amenderen. Wij willen herontwikkelingen en verplaatsingen mogelijk maken, want daaraan zal behoefte zijn. Dan kan een geringe uitbreiding noodzakelijk zijn om investeringen rendabel te maken. Dat verdraagt zich niet met het volledig uitsluiten van groei van het aantal ligplaatsen in Zeeland, zoals het college voorstelt. In ons amendement wordt daarom een gewijzigde tekst van voorkeursoptie B voorgesteld.

Ook over het onderwerp Hotels, paragraaf 1.2.3, is een amendement opgesteld. Net als het college kiezen wij voor een wijziging van het bestaande hotelbeleid, maar in tegenstelling tot het collegevoorstel kiezen wij ook hier niet voor het toepassen van de uitgangspunten van de Kustvisie op heel Zeeland. De Kustvisie is tot stand gekomen in een zorgvuldig traject met belanghebbenden. Zo’n traject moet ook buiten het kustgebied plaatsvinden, ook met betrekking tot het hotelbeleid. We kiezen dus ook voor voorkeursoptie B, maar zien graag de tekst hierin gewijzigd.

Paragraaf 4.2 gaat over het stedenbeleid. Wij volgend de voorkeursoptie van het college, optie B dus, maar zien in het voorstel te weinig ruimte voor de ontwikkeling van de kleinere kernen. Wij zouden graag zien dat ook daar enige groei, we noemen het maar natuurlijke groei, mogelijk is. De SGP dient hiervoor een amendement, waarvan wij mede-indiener zijn.

 

Voorzitter, hiermee rond ik af.

Door |2017-12-15T12:13:54+00:0015-12-2017|

About the Author:

Fractielid en Lid Scheldemondraad