Kadernota Economische Agenda 2.0. Nu op naar het beleidsplan

//Kadernota Economische Agenda 2.0. Nu op naar het beleidsplan

Kadernota Economische Agenda 2.0. Nu op naar het beleidsplan

Bijdrage van Hans van Geesbergen n.a.v. statenvoorstel Kadernota Economische Agenda 2.0 d.d. 6-11-2015

 

Voorzitter, Bij de behandeling van de start- en evaluatienota Economische Agenda op 26 mei van dit jaar sloot ik mijn bijdrage af met de volgende woorden: “ Aanbevelingen 5 en 6 zijn voor de VVD fractie cruciaal. Focussen op echt kansrijke speerpunten, kiezen voor een cross-sectorale benadering, kijken waar we als provincie echt toegevoegde waarde kunnen leveren én aansluiten bij Europese programma’s om optimaal de Europese middelen te kunnen benutten. In die zin zien wij uit naar de Kadernota waarin de voorgestelde keuzes als het goed is zichtbaar zijn”.

 

De vraag van vandaag is of de Kadernota aan die verwachtingen voldoet. Niet helemaal is ons oordeel. In de commissie Economie sprak ik over de weg van veilige abstractie waarlangs de Kadernota is geschreven. Wensbeelden en streefbeelden zijn iets anders dan duidelijke kaders waaraan concrete acties kunnen worden getoetst. Het stuk is nog niet af zei gedeputeerde de Bat. Er is nog een weg te gaan naar het Beleidsplan en op die weg neem ik de stakeholders en Provinciale Staten mee. Dat is een toezegging en gezien de diverse uitnodigingen voor bijeenkomsten met stakeholders die wij hebben ontvangen, lijkt het er op dat deze toezegging wordt waargemaakt. Het eindproduct moet een Beleidsplan zijn met daarin duidelijk omschreven doelstellingen en acties. Ook het bedrijfsleven spreekt deze wens uit en dat bedrijfsleven is voor het bereiken van die doelen een belangrijke partner. Provinciale Staten hebben destijds ingestemd met het laten vervallen van de jaarplannen, maar Gedeputeerde Staten hebben dan wel de dure plicht om de controlefunctie van Provinciale Staten te faciliteren met concreet beschreven doelen en acties die zich concreet op resultaat laten toetsen. Een voorbeeld waarbij dat lastig is, is het onderdeel biobased. De zienswijze van de BZW/Portiz op biobased is ons uit het hart gegrepen. Het is een middel en geen doel en kan alleen succesvol zijn als de initiatieven vanuit de bestaande (klassieke) industrie voortkomen. De industrie wil dat ook, maar wel met het nodige realisme. Wij zien het als een uitdaging voor Gedeputeerde Staten dat ook het onderdeel biobased wordt voorzien van concrete acties die voor de staten naderhand kunnen worden verantwoord in termen van resultaat.

 

De provincie heeft de taak de regionale economie te stimuleren. Dat kan op verschillen manieren, maar het scheppen van voorwaarden is daarvan het belangrijkste onderdeel. De SER, de BZW en Portiz wijzen als voorbeeld op de infrastructuur die op orde moet zijn. Voor zover het betreft provinciale infrastructuur kunnen wij zelf aan de knoppen draaien. Niet voor niets pleit de VVD fractie voor een volwaardige toekomstbestendige ongelijkvloerse kruising Bernhardweg/Sloeweg als onderdeel van het tracé Sloeweg, Westerscheldetunnel, Sluiskiltunnel, Tractaatweg zoals dat van meet af aan de bedoeling is geweest. Ook het Omgevingsbeleid is voorwaardenscheppend en dat vraagt een evenwichtige afweging tussen natuur en economie. Dat dit niet voor iedereen even gemakkelijk is werd eerder in deze vergadering naar voren gebracht.

 

Als het gaat om werkgelegenheid en arbeidsmarkt laat Zeeland ten opzichte van Nederland op het eerste oog gunstige cijfers zien. We zijn een ijverig volkje, hebben lage werkloosheidscijfers en voldoende vacatures die overigens niet altijd goed te vervullen zijn. De havens zorgen voor een flinke toegevoegde waarde. Maar er is meer dan cijfers en wij mogen ons door de cijfers niet in slaap laten sussen. De wereld om ons heen verandert en Zeeland en de Zeeuwse bedrijvigheid hebben daar ook mee te maken. Kunnen wij in de toekomst de werknemers bieden waaraan behoefte is, werknemers die hoog of hoger opgeleid zijn? En wat is daar voor nodig? Nu al komt het voor dat bedrijfsonderdelen worden verplaatst of dreigen te worden verplaatst naar buiten onze provincie, omdat men er niet in slaagt het benodigde personeel aan te trekken. Eén baan aanbieden is vaak niet genoeg. Er komt een partner mee die ook wil werken en daarvoor moet er ook een baan zijn. Gedeputeerde Staten zeggen klip en klaar dat de demografische ontwikkelingen op termijn een serieuze bedreiging vormen voor onze economie en dat vraagt om actie. We weten dat het heeft te maken met zorg, onderwijs, cultuur, mobiliteit en een goed stedelijk woonmilieu, maar hoe dit om te zetten in concrete acties? Dat vergt handelen dat verder gaat dan de uitvoering van een economische agenda.

 

Tenslotte wil ik nog eens herhalen dat gezien de te verwachten afnemende middelen er meer dan ooit focus zal moeten worden gegeven. Ik noem daarbij uitdrukkelijk onze Zeeuwse topsectoren: havens en industrie, landbouw en visserij en de vrijetijdseconomie. Op deze onderdelen bewijst Zeeland zich al heel lang en is en blijft onze provincie het kansrijkst, mits we ons kunnen aanpassen aan onze veranderende omgeving en de eisen die daaruit voortvloeien. Want niet perse de sterkste overleeft, maar degene die zich het beste aanpast.

 

Ondanks onze bemerkingen kan de VVD fractie instemmen met de kadernota. De attitude van gedeputeerde de Bat tijdens de commissievergadering en zijn toezeggingen in de richting van de staten wegen wij daarbij mee. En weer zien wij uit naar het volgende product, deze keer het beleidsplan Economische Agenda 2.0.

 

Namens de VVD-fractie

Hans van Geesbergen                                        

 

 

 

 

Door | 2017-03-02T14:41:26+00:00 10-11-2015|

About the Author: