Kadernota provinciaal grondbeleid en vastgoed. Een gedegen basis voor de ruimtelijke inrichting van Zeeland

//Kadernota provinciaal grondbeleid en vastgoed. Een gedegen basis voor de ruimtelijke inrichting van Zeeland

Kadernota provinciaal grondbeleid en vastgoed. Een gedegen basis voor de ruimtelijke inrichting van Zeeland

Bijdrage van René Ruissen n.a.v. statenvoorstel Kadernota provinciaal grondbeleid en vastgoed d.d. 5-2-2016

 

Meneer de Voorzitter,

 

We behandelen vandaag het Statenvoorstel Kadernota provinciaal grondbeleid en vastgoed. Het doel van deze nota is een beter en geactualiseerd kader creëren voor de uitvoering van het provinciale vastgoed- en grondbeleid. De VVD-fractie meent dat dit doel met de nu besproken nota gewaarborgd wordt. De kracht van het beleid wordt uiteindelijk duidelijk in de beleidsnota, die nu vervolgens aan de staten voorgelegd zal worden.

 

Het provinciaal grondbeleid is een belangrijk beleid, omdat het ten dienste staat van en nodig is voor de uitvoering van de provinciale beleidsnota’s Omgevingsplan, Economische Agenda, Provinciaal Verkeer- en Vervoersplan, Cultuurnota en Natuurbeheersplan/Natuurvisie.

 

Een reden voor actualisatie van het beleid wordt gevormd door de decentralisaties van rijk naar provincie, die de voorbije jaren zijn doorgevoerd. Provincies zijn verantwoordelijk geworden voor de inrichting van het landelijk gebied, en dus ook voor een goed georganiseerde verkaveling hiervan, en voor een regionaal samenhangend beleid voor natuur, recreatie, toerisme, landschap, structuurversterking van landbouw en leefbaarheid.

 

De provincie heeft bij het behartigen van haar regisseursrol afwegingen te maken met betrekking tot de rol die ze kiest. Wordt gekozen voor een actieve rol, een faciliterende rol of een passieve rol? In deze kadernota worden met betrekking tot de keuzes afwegingen gemaakt en als kaders voorgesteld. Het verschil tussen de rollen is ons in grote lijnen wel duidelijk, het heeft te maken met het verantwoordelijkheidsniveau, maar kan het college nog eens preciezer aangeven waarop de rollen precies van elkaar verschillen?

 

De kaders:

Als sturingsfilosofie wordt het principe van vrijwilligheid voorgesteld. Daar stemmen we als VVD-fractie vanzelfsprekend van harte mee in. Dwang kan nodig zijn, maar daarvoor moet dan wel een zwaarwegend belang bestaan.

 

Bij de inrichting van het landelijk gebied kiest het college voor een faciliterende rol. Partijen en belanghebbenden worden zoveel mogelijk bij elkaar gebracht. Waar nodig wordt een actief grondbeleid gevoerd. Wat de VVD-fractie betreft akkoord.

 

Voor de inrichting van het stedelijk gebied zijn de gemeenten verantwoordelijk. Niet de provincie. De VVD-fractie vindt dit een duidelijkheid waaraan niet getornd moet worden. Voor de provincie past hier dus een passieve rol. De provincie kiest deze rol dus terecht. Als de gemeente gebruik wil maken van de provinciale ondersteuning, ook het Kavelruilbureau, juicht de VVD-fractie dit zeer toe. Voor die ondersteuning gelden natuurlijk financiële condities. De verantwoordelijkheidsverdeling brengt dit met zich mee.

 

Geen gebouwen in eigendom die geen provinciale functie dienen, wordt als kader voorgesteld. Prima, zeggen wij.

 

Met de voorgestelde kaders rond het instrument grondbank en het Kavelruilbureau, ook die betreffende de financiering, stemmen wij graag in. Grondbank en Kavelruilbureau hebben hun nut in het verleden ruimschoots bewezen.

 

Voorzitter, al met al: een goed statenvoorstel dus voor mijn partij. Wij zien de beleidsnota waarin uitwerkingen preciezer verwoord zullen worden met belangstelling tegemoet. Voorzitter, dank u wel.

 

Namens de VVD-fractie

René Ruissen

Door | 2017-03-02T14:41:25+00:00 12-02-2016|

About the Author: